Hoofdstuk 5
Objecten plaatsen
De vier objecttypes (gebied, lijn, icoon, tekst) en hoe je hun eigenschappen aanpast.
Gebieden tekenen
Een gebied is een gesloten vorm die je gebruikt om bijvoorbeeld een terreinzone, een tent of een parkeerplek aan te geven. Klik op de gebied-knop in de werkbalk en klik daarna op de kaart om de hoekpunten te plaatsen.
Per gebied kun je een naam invullen en kiezen of de naam direct op de kaart zichtbaar is. Kleur en transparantie pas je in het eigenschappenpaneel aan.
Lijnen, routes, hekken en liniaal
Onder de lijn-knop vind je vier soorten lijnen, elk met een eigen doel:
- Lijn: een eenvoudige rechte of gebogen lijn.
- Route: een calamiteiten- of vluchtroute. Calamiteiten zijn standaard rood, vluchtroutes groen en gestippeld.
- Liniaal: een meetlijn met pijlen aan beide kanten die de afstand direct op de kaart toont.
- Hek: bouwhek (3,5 m), dranghek (2,5 m) of stage barrier (1 m). Eventplot toont automatisch het aantal hekvakken.
Iconen plaatsen
Iconen plaats je door ze vanuit de werkbalk naar de kaart te slepen, of door op een icoon te klikken en daarna op de gewenste positie op de kaart te klikken. Zoeken kan via het zoekveld bovenaan het iconen-paneel.
Alle beschikbare iconen vind je in hoofdstuk 6.
Tekst toevoegen en opmaken
Met de tekst-tool plaats je losse labels op je kaart. Tekst kun je verslepen, roteren en schalen zoals iconen. Pas lettergrootte en kleur aan via het eigenschappenpaneel.
Het eigenschappenpaneel
Zodra je een object selecteert, opent het eigenschappenpaneel aan de rechterkant. De inhoud is afhankelijk van het objecttype. Veelvoorkomende opties zijn kleur, transparantie, formaat, rotatie en een aan/uit-schakelaar voor het tonen van naam of afmetingen op de kaart.
Voor iconen uit de categorie horeca kun je ook foodtruck-varianten en energiebehoefte instellen, en eventueel een PDF (zoals een veiligheidsblad) koppelen.
Afmetingen tonen op de kaart
Veel objecttypes hebben een schakelaar om hun afmetingen direct op de kaart te tonen. Voor iconen is dit handig om de fysieke ruimte te tonen, voor lijnen om de lengte als bijschrift te tonen.