Hoofdstuk 4

De plattegrond-editor

Leer de editor kennen: navigeren, selecteren, bewerken, opslaan en sneltoetsen.

Editor-overzicht

De editor heeft vier vaste zones:

Selecteren, verplaatsen, roteren en schalen

Klik op een object om het te selecteren. Een geselecteerd object toont handvatten waarmee je het kunt schalen of roteren. Sleep het object zelf om het te verplaatsen.

Iconen en tekst behouden hun verhoudingen bij schalen via een hoekhandvat. Met de zij-handvatten kun je iconen onafhankelijk in breedte of hoogte uitrekken.

Knooppunten van lijnen en gebieden bewerken

Lijnen en gebieden bestaan uit knooppunten. Sleep een knooppunt om het te verplaatsen, of beweeg je muis over een segment om een nieuw knooppunt toe te voegen op die positie.

Dupliceren en verwijderen

Met Cmd/Ctrl+D dupliceer je het geselecteerde icoon of het geselecteerde tekstobject. Verwijderen kan met de Delete-toets of via het eigenschappenpaneel.

Ongedaan maken en opnieuw uitvoeren

De editor houdt een geschiedenis bij. Gebruik Cmd/Ctrl+Z om een actie ongedaan te maken en Cmd/Ctrl+Shift+Z om opnieuw uit te voeren. Bovenin staan ook knoppen voor undo en redo.

Automatisch opslaan en opslagstatus

Eventplot slaat je werk automatisch op. Linksboven zie je een korte statusmelding (bijvoorbeeld "Opgeslagen") zodra een wijziging bewaard is. Je hoeft zelf nooit op "opslaan" te klikken.

Sneltoetsen-overzicht

De belangrijkste sneltoetsen in de editor:

  • Cmd/Ctrl+Z — Ongedaan maken
  • Cmd/Ctrl+Shift+Z — Opnieuw uitvoeren
  • Cmd/Ctrl+D — Geselecteerd icoon of tekst dupliceren
  • Delete / Backspace — Geselecteerd object verwijderen
  • Escape — Selectie ongedaan maken of plaatsingsmodus stoppen

Een uitgebreide tabel staat in de bijlagen.